Info voor handhavers

Nieuwsberichten

Save the date: infosessies voor handhavers in maart en april 2018 

We organiseren een aantal infosessies waarin het nieuwe luik van zachte handhaving, bestuurlijke maatregelen en bestuurlijke beboeting bij de handhaving van de Ruimtelijke Ordening wordt toegelicht, naast de overige wijzigingen aan Titel VI van de VCRO. Daarbij wordt de focus gelegd op de lokale bevoegdheden en wordt aandacht besteed aan de aanwijzing en het takenpakket van de gemeentelijke en intergemeentelijke verbalisanten Ruimtelijke Ordening en de aanstelling en het takenpakket van de gemeentelijke en intergemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur, de nieuwe bevoegdheden voor de burgemeester en de nieuwe instrumenten die door hen kunnen gebruikt worden bij de handhaving van de Ruimtelijke Ordening.

Deze infosessies zijn bestemd voor lokale handhavers van gemeenten en intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en van de politiezones, die hun werkzaamheden uitoefenen in het kader van Titel VI van de VCRO - Handhaving. Daarnaast staan de infosessies open voor de milieutoezichthouders die zullen aangewezen worden als verbalisant RO of die als gemeentelijk stedenbouwkundig inspecteur worden aangesteld. 

Er zijn vijf infosessies gepland:
-    West-Vlaanderen: vrijdag 27/4
-    Antwerpen: woensdag 25/4
-    Vlaams-Brabant: maandag 26/3
-    Limburg: donderdag 22/3
-    Oost-Vlaanderen: dinsdag 17/4 

De infosessies zijn gratis, gaan door in de betreffende provinciehuizen en zullen telkens plaatsvinden in de voormiddag.

Meer informatie over het programma en de link om in te schrijven worden later bezorgd. 

Inwerkingtreding Omgevingshandhaving: 1 maart 2018

Na onderhandelingen met de sociale partners en na advies van de Raad van State heeft de Vlaamse Regering op vrijdag 9 februari 2018 het Besluit van de Vlaamse Regering ‘betreffende de handhaving van de ruimtelijke ordening en tot wijziging en opheffing van diverse besluiten’ definitief goedgekeurd. 

Dit besluit bepaalt de datum van inwerkingtreding van het Decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning van 25 april 2014 alsook van het besluit zelf, nl.op 1 maart 2018. De publicatie van het besluit in het Belgisch Staatsblad volgt nog. 

Regelgeving

Wijzigingen aan de artikelen van de VCRO vóór inwerkingtreding van het decreet betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning van 25 april 2014 VCRO – deze artikelen worden bij de inwerkingtreding van dit laatste decreet in het voorjaar van 2018 vervangen of overgeheveld (zie verder onder nr. 29) 

VCRO art. 6.1.1, 8° (nieuw : handhaving op WORG’s), art. 6.1.6 ,§2 en titel VI, hoofdstuk I, afdeling 4, sectie 4 (dwangsombevoegdheid Hoge Raad), art. 6.1.49 (administratieve beboeting stakingsbevel)  

1. Voor het watergevoelig openruimtegebied (WORG) is een nieuwe regeling uitgewerkt in artikel 5.6.8 VCRO (zie hoger onder nr. 3). Hierop is ook handhaving voorzien voor de handelingen die niet zijn toegelaten in deze gebieden of die bepaalde voorwaarden schenden. De handhaving kan pas een aanvang nemen nadat deze gebieden zijn aangeduid.  

2. De dwangsombevoegdheid van de Hoge Raad wordt opgeheven na een arrest van het Grondwettelijk Hof.  

3. Er kan nu opnieuw een administratieve geldboete worden opgelegd bij de doorbreking van het stakingsbevel in de periode tussen het opleggen van het stakingsbevel en het bekrachtigen ervan. De hogere rechtspraak was tot conclusie gekomen dat er pas bij de vaststelling van een doorbreking nà de bekrachtiging van het stakingsbevel een boete kon opgelegd worden, wat nooit de bedoeling van de decreetgever is geweest. Er is nu uitdrukkelijk bepaald dat dit kan “vanaf het geven van het bevel tot staking”. Dit heeft belangrijke gevolgen voor het moment en de manier van vaststellen van de doorbreking, want men hoeft in functie van de administratieve geldboete niet langer te wachten op de bekrachtiging om de doorbreking nuttig vast te stellen.  

4. De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs dienen ermee rekening te houden dat de kwestie of de termijn voor het indienen van een verzoek tot kwijtschelding, vermindering of uitstel bij een administratieve geldboete een termijn van orde dan wel een vervaltermijn is, uitdrukkelijk is beantwoord in de regelgeving. De termijn wordt verlengd van 15 naar 30 dagen en is een ordetermijn. Het later indienen van een verzoek is dus mogelijk. Hierbij is wel voorzien dat uitvoeringskosten die inmiddels tot aan het indienen van het verzoek worden gemaakt, verschuldigd blijven.  

29. Wijzigingen aan het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning  

De inwerkingtreding van het decreet betreffende de handhaving van omgevingsvergunning is voorzien in het voorjaar van 2018. Hierover wordt nog verder gecommuniceerd via het Omgevingsloket. 

Organisatorische aanpassingen :  

  • De bevoegdheden van de gewestelijke beboetingsambtenaar worden overgeheveld naar de gewestelijke beboetingsentiteit; 
  • Er kunnen naast ambtenaren ook contractuele personeelsleden worden aangesteld voor handhaving; 
  • De figuur van de gemeentelijke, intergemeentelijke en gewestelijke “verbalisant ruimtelijke ordening” wordt ingevoerd zodat het bevoegdheidspakket hetzelfde is voor iedereen; 
  • De gemeentelijke personeelsleden van de gemeente die door de gouverneur zijn aangewezen voor handhaving o.g.v. het (thans geldende) artikel 6.5.1 VCRO worden automatisch “verbalisant ruimtelijke ordening”; 
  • Voor gewestelijke handhavingsambtenaren en voor de leden van de Hoge Raad zijn er ook overgangsbepalingen voorzien. 

Andere aanpassingen :  

  • De term “voortzetten” wordt verwijderd uit de strafbepalingen en waar nodig vervangen door “verder uitvoeren” ten einde de misverstanden met de bestaande kwalificatie van het voortzettingsmisdrijf van artikel 65 Strafwetboek te beperken;  
  • De handhaving voor de WORG’s is opgenomen (zie boven onder nr. 18); 
  • De nieuwe strafbaarstelling bij handelingen aan niet-hoofdzakelijk vergunde constructies is niet behouden;  
  • Een afschrift van een proces-verbaal waarbij het misdrijf wordt vastgesteld, wordt overgemaakt aan de beboetingsentiteit, de gewestelijk stedenbouwkundige inspecteur en de gemeente. Dit geldt ook voor navolgende PV’s waarin het herstel wordt vastgesteld;  
  • Een afschrift wordt binnen de 14 dagen na afsluiten van het PV ook aan de overtreder bezorgd. Processen-verbaal opgesteld door verbalisanten RO dienen onmiddellijk te worden overgemaakt aan het O.M.;  
  • Stakingsbevelen kunnen enkel worden opgelegd bij vergunningsplichtige handelingen. Bij gebruik en instandhouding is bijkomend een verzwaring van de schade aan de goede ruimtelijke ordening vereist, hetzij dat hun impact de bestemming in het gedrang brengt;  
  • De termijn voor het opleggen van een stakingsbevel als preventieve en voorlopige maatregel is 2 jaar van bij aanvang van de handelingen in ruimtelijke kwetsbaar gebied en 1 jaar in de overige gebieden. Eerder opgelegde stakingsbevelen buiten deze termijnen hebben geen gevolgen meer;  
  • De doorbrekingen van het stakingsbevel vastgesteld vóór de inwerkingtreding van het Handhavingsdecreet worden afgehandeld in de oude procedure van het opleggen van een administratieve geldboete van 5.000,00 euro;  
  • De verjaringstermijn voor gerechtelijke herstelvorderingen bij misdrijven vangt aan bij beëindiging van het misdrijf. De verjaringstermijn voor bestuurlijke herstelmaatregelen bij misdrijven vangt aan op het moment van de doorverwijzing van het O.M. naar bestuurlijke beboeting, hetzij na het verstrijken van een periode van 180 dagen (max. te verlengen tot 360 dagen) als er geen beslissing tot doorverwijzing van het O.M. komt;  
  • De verjaringstermijn voor gerechtelijke herstelvorderingen en bestuurlijke herstelmaatregelen bij inbreuken vangt aan bij de eerste strafbare handeling of omissie;  
  • De gevorderde meerwaarde (als gerechtelijke herstelmaatregel) kan door de rechter op verzoek én ambtshalve gematigd worden in verhouding tot de schade aan de goede ruimtelijke ordening. De minister kan dit ook op verzoek én ambtshalve doen bij beroepen tegen de meerwaarde in geval van bestuurlijke maatregelen; 
  • Bestuurlijke maatregelen inzake last onder dwangsom en bestuursdwang kunnen enkel worden opgelegd voor feiten die zijn gepleegd nà de inwerkingtreding van het Handhavingsdecreet;  
  • Bij dwangsombeslissingen wordt er bevoegdheid gegeven aan de gedelegeerde van de Vlaamse Regering of het College van Burgemeester of Schepenen om tijdelijk of definitief af te zien van verdere inning van een opeisbare dwangsom. De Hoge Raad krijgt een adviserende rol;  
  • De Hoge Raad krijgt ook adviesbevoegdheid over de herstelmaatregel bij de beroepen tegen bestuurlijke maatregelen van last onder dwangsom of bestuursdwang;  
  • De mogelijkheid tot vrijwillige en gerechtelijke bemiddeling bij de Hoge Raad is behouden. 

Aanmeldmogelijkheden:

> ga naar het loket
> ga naar het oefenloket

Enkel voor opvolging van bestaande DBA-dossiers