Milieuvoorwaarden: bijstelling en afwijking

Waarover gaat het?

Een exploitant moet de algemene, sectorale en bijzondere milieuvoorwaarden naleven. Bij problemen dan voorziet de regelgeving een aantal mogelijkheden.

Algemene en sectorale milieuvoorwaarden

De algemene en sectorale milieuvoorwaarden zijn voorwaarden die aan de exploitant worden opgelegd door het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne (VLAREM II) en het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende bijkomende algemene en sectorale milieuvoorwaarden voor GPBV-installaties (VLAREM III).

Als het voor een exploitant technisch onmogelijk is om de algemene of sectorale milieuvoorwaarde van VLAREM II of III na te leven, voorziet de regelgeving de volgende mogelijkheden:

  • de exploitant kan een verzoek tot bijstelling van de milieuvoorwaarde in afwijking van een algemene of sectorale milieuvoorwaarde indienen bij de bevoegde overheid
  • de exploitant kan een afwijkingsaanvraag indienen bij de minister

De bijstellingsprocedure kan enkel gevolgd worden wanneer de algemene of sectorale voorwaarde uitdrukkelijk vermeldt dat de vergunningverlenende overheid bevoegd is om een afwijkende bijzondere voorwaarde vast te stellen. Meestal wordt dit in VLAREM als volgt geformuleerd: “tenzij anders vermeld in de omgevingsvergunning…”. 

Bijzondere milieuvoorwaarden

De bijzondere milieuvoorwaarden worden door de overheid die de vergunning verleent of akte neemt van de melding, opgelegd in de omgevingsvergunning of de meldingsakte.

Bij problemen met de uitvoering van een bepaalde bijzondere milieuvoorwaarde kan de exploitant een verzoek tot bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarde indienen.

Ook de burger en de overheid kunnen, als  de hinder en de risico’s ten gevolge van de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit hen niet aanvaardbaar meer lijken, via een verzoek tot bijstelling vragen om de milieuvoorwaarden in de vergunning aan te passen of aan te vullen.

Bijkomende mogelijkheden voor de exploitanten voor GPBV-installaties zijn:

  • Verzoek tot bijstelling van de bijzondere milieuvoorwaarden in afwijking van de emissiegrenswaarden, bepaald in titel III van het VLAREM, waarbij voldaan wordt aan de met BBT geassocieerde emissieniveaus (BBT-GEN) in de door de Europese Commissie aangenomen BBT-conclusies. Hierover beslist de bevoegde overheid.
  • Milieuvoorwaarden in afwijking van de emissiegrenswaarden, bepaald in titel III van het VLAREM, waarbij voldaan wordt aan de met BBT geassocieerde emissieniveaus (BBT-GEN), bepaald in de door de Europese Commissie aangenomen BBT-conclusies. Hierover beslist de minister.
Hoe indienen?

Indienen via het online Omgevingsloket

Afwijkingsaanvragen en verzoeken tot bijstelling van de milieuvoorwaarden mbt ingedeelde inrichtingen of activiteiten van de eerste of de tweede klasse moeten digitaal worden ingediend via het omgevingsloket.

U kunt zich voorbereiden door onderstaande formulieren te overlopen. Het Omgevingsloket volgt dit stramien. 

Zie ook de toelichtingen hierbij: 

​De afwijking is geregeld in het artikel 5.4.8 van het DABM en afdeling 1.2.2. van VLAREM II. De bijstelling van de milieuvoorwaarden is geregeld in artikel 82 en volgende van het Omgevingsvergunningendecreet en artikel 100 en volgende van het Omgevingsvergunningenbesluit.

Ga naar het Omgevingsloket of probeer eerst in het vrijblijvende oefenloket.

Aanmeldmogelijkheden:

> ga naar het loket

Enkel voor opvolging van bestaande DBA-dossiers, ingediend vóór 2018.