Wijzigingsbesluit omgevingsvergunning goedgekeurd

  • 11 september 2020

Op 11 september 2020 keurde de Vlaamse Regering een besluit goed, waarmee wijzigingen worden aangebracht aan:
-    het Omgevingsvergunningenbesluit;
-    het besluit van 23 september 2016 houdende subsidiëring van de digitale behandeling van de omgevingsvergunning;
-    Bijlage 1 van VLAREM.

Daarnaast wordt het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2001 tot bepaling van de voorwaarden voor toekenning van subsidies aan gemeenten voor de opleiding van gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren en voor de betaling van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren in kleine gemeenten opgeheven. 

Het besluit van 11 september 2020 heeft betrekking op:

1.    Aanpassingen in het kader van meldingen
2.    Mogelijkheid om ook de bijstelling van RO-voorwaarden te vragen
3.    Aanpassingen in het kader van advisering
4.    Aanpassingen in het kader van het openbaar onderzoek
5.    Maximaal digitaal
6.    Aanpassingen van de bevoegdheid van de gewestelijk omgevingsambtenaar
7.    Omgevingsvergunningscommissies
8.    Formeel-technische aanpassingen

Enkele bepalingen rond de omgevingsvergunningscommissies treden reeds in werking op 15 september 2020.
De bepalingen in het kader van meldingen en bijstelling van (RO)-voorwaarden treden in werking op 3 november 2020. De andere bepalingen treden in werking op 23 oktober 2020, 10 dagen na de publicatie van het wijzigingsbesluit.

U vindt dit besluit van 11 september 2020 hier.
Veel bepalingen geven uitvoering aan wijzigingen die reeds voorzien waren in het decreet van 26 april 2019 houdende diverse bepalingen inzake omgeving, natuur en landbouw. 
Dit decreet vindt u hier, de parlementaire voorbereiding vindt u hier.


1.    Aanpassingen in het kader van meldingen 


> decreet van 26 april 2019 en wijzigingsbesluit van 11 september 2020
> inwerkingtreding 3 november 2020

Vanaf 3 november 2020 gelden volgende principes:

Bevoegde overheid
Het college van burgemeester en schepenen of de gemeentelijke omgevingsambtenaar is steeds bevoegd voor meldingen, tenzij de melding deel uitmaakt van een vergunningsaanvraag waarvoor de deputatie of Vlaanderen bevoegd is.

Stilzwijgende aktename
Spreekt de bevoegde overheid zich niet of niet-tijdig uit of maakt zij haar beslissing niet kenbaar binnen de vervaltermijn van 20 resp. 30 dagen, dan wordt de melding geacht stilzwijgend te zijn geakteerd. Dit geldt voor meldingen die gebeuren vanaf 3 november 2020.

Verplichte digitale melding
Voortaan zullen alle meldingen digitaal moeten worden ingediend (behalve Franstalige meldingen in faciliteitengemeenten).
Het systeem van stilzwijgende aktenames kan immers alleen vlot en betrouwbaar werken als alle meldingen digitaal worden ingediend. 

Opdat het Omgevingsloket bij het verstrijken van de beslissingstermijn zonder beslissing of bekendmaking automatisch een document kan genereren dat bevestigt dat de burger over een stilzwijgende aktename beschikt, dienen de meldingen immers gedigitaliseerd te zijn. 

Voor de exploitatie van ingedeelde inrichtingen of activiteiten van de derde klasse, alsook voor stedenbouwkundige handelingen waarvoor medewerking van een architect vereist is, was een digitale indiening van de melding nu al verplicht. 

Termijn
De beslissingstermijn wordt een vervaltermijn, en deze wordt deels ingekort: 
-    een melding die alleen slaat op de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van de derde klasse: 20 dagen
-    alle andere gevallen: 30 dagen

Wordt niet tijdig beslist én wordt de beslissing niet binnen deze termijn bekendgemaakt, dan wordt de melding geacht te zijn geakteerd.

Bekendmaking van beslissing en meldingsakte
De weigering van een aktename moet bekend gemaakt moeten worden binnen 20/30 dagen aan de persoon die de melding heeft verricht. Zoniet wordt de melding geacht te zijn geakteerd.

De aktename, zowel uitdrukkelijk als stilzwijgend, moet bekend gemaakt worden door:
1.    aanplakking van een affiche op de plaats waar het voorwerp van de melding uitgevoerd zal worden,
(de tekst hiervoor wordt zowel bij uitdrukkelijke als bij stilzwijgende meldingsaktes automatisch gegenereerd door het omgevingsloket);
2.    de publicatie op de website van de gemeente;
3.    de individuele kennisgeving:
a.    aan de melder
bij een uitdrukkelijke beslissing: binnen de 20 resp. 30 dagen via beveiligde zending
(bij een stilzwijgende aktename genereert het omgevingsloket na het verstrijken van de termijn van 20 resp. 30 dagen een tekst die bevestigt dat er niet tijdig een beslissing genomen is of ter kennis gebracht is aan de persoon die de melding heeft verricht)
b.    aan de afdeling van de VMM bevoegd voor grondwater, de nv Aquafin en/of de VLM in de gevallen  vermeld in artikel 140 OVB. 
4.    de analoge of digitale terinzagelegging van de meldingsakte in het gemeentehuis.


2.    Mogelijkheid om ook de bijstelling van RO-voorwaarden te vragen


> decreet van 26 april 2019 en wijzigingsbesluit van 11 september 2020
> inwerkingtreding 3 november 2020

Vanaf 3 november 2020 gelden volgende principes:

Alle voorwaarden
Voortaan kunnen niet alleen de milieuvoorwaarden, maar alle voorwaarden die in een vergunning opgenomen zijn, gewijzigd worden op gemotiveerd verzoek van de vergunninghouder of de exploitant (artikel 82/1 OVD). Het kan dus gaan over RO-voorwaarden, maar ook over voorwaarden opgelegd in het kader van kleinhandel, of vegetatiewijzigingen.

Voorwaarden van verkavelingsvergunningen vallen niet onder de regeling. Wil men die wijzigen, dan is er de geëigende bijstellingsprocedure.

De wijziging of aanvulling van de in de omgevingsvergunning opgelegde milieuvoorwaarden kan daarnaast ambtshalve via een gemotiveerd initiatief dan wel op gemotiveerd verzoek van een ruimere groep (artikel 82 OVD). Dit is de bestaande regeling, die behouden blijft. 

Ook voor voorwaarden, opgenomen in stedenbouwkundige vergunningen
Aangezien er geen specifieke overgangsbepaling voorzien is, geldt dat de regeling van toepassing is op nog niet vervallen vergunningen. De mogelijkheid om RO-voorwaarden bij te stellen speelt dus niet alleen bij omgevingsvergunningen, ingediend na inwerkingtreding van dit besluit, maar ook bij 
-    vergunningsaanvragen die ingediend waren voor inwerkingtreding van dit besluit, 
-    niet-vervallen omgevingsvergunningen verleend voor inwerkingtreding van het besluit én 
-    niet-vervallen stedenbouwkundige vergunningen.

Procedure
Het bijstellen van de voorwaarden die in de omgevingsvergunning zijn opgelegd, verloopt overeenkomstig de gewone procedure, ongeacht of het gaat over een ambtshalve initiatief, dan wel een verzoek door exploitant, vergunninghouder, betrokken publiek, adviesinstantie o.a. 

Thans wordt uitdrukkelijk aangegeven waar er een verschil is tussen het openbaar onderzoek bij een vergunningsaanvraag en bij een verzoek tot bijstelling van de in de vergunning opgenomen voorwaarden: 
-    Zo gaat het niet over een vergunningsaanvraag, maar over een verzoek of ambtshalve initiatief tot bijstelling, en over een verzoeker of overheid die het ambtshalve initiatief heeft genomen;
-    De termijn van 10 dagen waarbinnen het openbaar onderzoek moet aanvangen bij het ontbreken van een ontvankelijk- en volledigverklaring, begint niet te lopen de veertigste dag na de indiening, maar wel de zestigste dag na de datum van de indiening van het verzoek. 
-    de mededeling op de website moet vermelden dat een verzoek tot bijstelling is ingediend dan wel een ambtshalve initiatief tot bijstelling is genomen;
-    het opschrift van de affiche wordt afgestemd op de inhoud van de procedure, nl. een verzoek of ambtshalve initiatief tot bijstelling van de voorwaarden.

Wat betreft advisering kan het voorvallen dat aan alle adviesinstanties die betrokken waren bij de initiële vergunning, advies gevraagd moet worden voor de bijstelling van een voorwaarde.
Bovendien wordt hier ook voor de nodige afstemming gezorgd tussen ruimtelijke ordening en milieu:
-    de termijn voor de afdeling RO, bevoegd voor de omgevingsvergunning, wordt gelijkgetrokken met deze van de afdeling Milieu, nl. 60 dagen. 
-    de adviesinstanties doen uitspraak over de gevraagde bijstelling (dit is niet langer alleen de in de omgevingsvergunning opgelegde milieuvoorwaarden, maar kan over elke in de omgevingsvergunning opgelegde voorwaarde gaan).

Formulieren
Het (bijstellings)formulier (en het omgevingsloket) werd aangepast aan de mogelijkheid om ook de RO-voorwaarden, of de voorwaarden rond kleinhandel of vegetatiewijzigingen bij te stellen.


3.    Aanpassingen in het kader van advisering


> wijzigingsbesluit van 11 september 2020
> inwerkingtreding: 23 oktober 2020

Adviesinstanties stedenbouwkundige handelingen / verkavelen van gronden
→    Daar de provincie niet steeds de beheerder is van de genoemde waterlopen wordt voortaan de meer generieke term “waterbeheerder” gehanteerd.
→    Bij aanpassing inzake de luchtvaartadvieskaart is niet langer een tussenkomst van de ministers vereist. Zo kan een nieuwe kaart rechtstreeks door de FOD Luchtvaart aan het departement Omgeving bezorgd worden. De kaart treedt pas in werking nadat de Vlaamse overheid de kaart in haar internetplatform heeft verwerkt.

Adviesinstanties bij de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit 
→    De verwijzing naar een overgangsregeling die niet meer van toepassing is, wordt opgeheven.

Advisering door POVC/GOVC
→    Het advies van de ASTRID-veiligheidscommissie wordt niet langer meegeteld om te komen tot 5 adviezen, drempel om de POVC en GOVC om advies te vragen over vergunningsaanvragen voor projecten of voor veranderingen aan projecten die de gewone vergunningsprocedure doorlopen (de adviezen van de afdeling RO en de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, uitgezonderd)
→    Het niet-meetellen van ASTRID—veiligheidscommissie geldt voor vergunningsaanvragen, ingediend vanaf inwerkingtreding van de wijzigingsbepalingen. Bij reeds ingediende vergunningsaanvragen zal dit advies wel nog meegerekend worden.

Grootschalige kleinhandelsactiviteiten op minder dan 20 km van een (gewest)grens 
→    Omvat het project vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten met een netto handelsoppervlakte van meer dan 20.000 vierkante meter, gelegen op minder dan 20 kilometer van een ander gewest of van verschillende andere gewesten, moeten de verplichtingen, opgenomen in artikel 6, § 5bis, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, in acht genomen worden. 
Is het college van burgemeester en schepenen of de deputatie de bevoegde overheid, dan brengt diens omgevingsambtenaar voortaan het Agentschap Innoveren en Ondernemen met een beveiligde zending op de hoogte van het project. 


4.    Aanpassingen in het kader van het openbaar onderzoek


> wijzigingsbesluit van 11 september 2020
> inwerkingtreding: 23 oktober 2020

Individuele kennisgeving
Voortaan moeten aanpalende eigenaars van een ingedeelde inrichting of activiteit van de tweede klasse individueel aangeschreven en op de hoogte gebracht worden van het openbaar onderzoek. Dit betreft eigenaars van percelen met kadastraal nummer die op minstens één punt grenzen aan de plaats waar het voorwerp van de vergunningsaanvraag zal worden uitgevoerd of aan percelen in eigendom van de vergunningsaanvrager, die palen aan die plaats. 

Daarentegen is een individuele aanschrijving van de gebruikers van gebouwen in een straal van 100 meter van de ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste klasse niet langer verplicht. De aanschrijving van de eigenaars van percelen binnen die straal van 100 meter van de ingedeelde inrichting of activiteit van de eerste klasse blijft behouden. 
Het is aangewezen dat de eigenaars de gebruikers van de gebouwen die gelegen zijn op de percelen in kwestie op de hoogte brengen van de aanvraag vóór het aflopen van het openbaar onderzoek. Het niet verwittigen is geen vormfout en brengt de rechtsgeldigheid van het openbaar onderzoek en de beslissing niet in het gedrang.


5.    Maximaal digitaal


> wijzigingsbesluit van 11 september 2020
> inwerkingtreding: 23 oktober 2020 resp. 15 september 2020

Mogelijkheid voor een digitale informatievergadering
Voortaan is het mogelijk dat de informatievergadering, bij die aanvragen waarvoor zo’n informatievergadering georganiseerd moet worden, via elektronische middelen gehouden wordt bv. door een webinar of een youtube-film.

De regeling die omwille van het corona-virus tijdelijk werd ingevoerd, wordt dus permanent verankerd.

Alle andere bepalingen rond de informatievergadering blijven onverminderd van toepassing, zodat effectieve inspraak gegarandeerd wordt. Zo moet onder andere 
-    de elektronische informatievergadering, net zoals een ‘fysieke’ informatievergadering, aangekondigd worden op de geëigende bekendmakingswijze (via affichering, publicatie op de gemeentelijke website, publicatie in een dag- of weekblad), 
-    de elektronische informatievergadering eveneens vermeld worden in de brieven naar de aanpalende eigenaars,
-    de toelichting na afloop steeds digitaal toegankelijk blijven, minstens tot en met de laatste dag van het openbaar onderzoek. 
-    de mogelijkheid om vragen te stellen en antwoord te krijgen gegarandeerd worden;
-    de aangewezen instanties moeten uitgenodigd worden,
-    toegang tot de tijdens de vergadering verstrekte informatie worden gegeven voor die mensen die geen toegang hebben tot internet, of niet op deze manier aan een informatievergadering wensen deel te nemen, 
-    …. 

De gemeente beslist hiertoe, in samenspraak met de aanvrager en in voorkomend geval het bevoegd bestuur, daar het de gemeente is die, samen met vergunningsaanvrager en bevoegde bestuur, de informatievergadering organiseert.

Aangezien het wijzigingsbesluit geen overgangsbepaling voorziet, kan een digitale informatievergadering vanaf 10 dagen na publicatie, met dien verstande dat de bekendmaking hiervan correct is verlopen. 

Gekende gegevens niet langer opnemen bij beroepschrift
Een digitaal ingediend beroep hoeft de naam en het adres van de beroepsindiener niet te bevatten.
Als een beroepschrift digitaal wordt ingediend (met een E-id-kaart ondertekend), dan is het niet nodig om uitdrukkelijk de naam en het adres van de beroepsindiener in het beroepschrift te vermelden. 
De naam en het adres van de beroepsindiener wordt immers op gestructureerde wijze, via verplichte invulvelden, gevraagd.
Ook is het bij digitale beroepen niet nodig om uitdrukkelijk te vermelden tegen welke beslissing in beroep wordt gegaan, omdat dat bij via het omgevingsloket ingediende beroepen uit het systeem zelf blijkt.

Deze wijziging treedt in werking op 23 oktober 2020.

Overleg van OVC via tele- of videoconferentie
Tijdens de corona-crisis werd uitdrukkelijk voorzien dat de omgevingsvergunningscommissies niet fysiek dienden te vergaderen. 
Deze regeling wordt permanent verankerd, door in te schrijven dat de voorzitter kan beslissen om via tele- of videoconferentie te vergaderen.

Deze wijziging treedt in werking op 15 september 2020. 

Digitale hoorzittingen
De vergunningsaanvrager in de gewone vergunningsprocedure eerste aanleg kan vragen om gehoord te worden door de POVC/GOVC als deze advies moet uitbrengen.
In beroep kan zowel de vergunningsaanvrager als de beroepsindiener vragen om gehoord te worden door de bevoegde overheid of de bevoegde omgevingsvergunningscommissie.

De voorzitter van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie, de bevoegde overheid of de provinciale of gewestelijke omgevingsambtenaar kan beslissen om de hoorzitting in voorkomend geval alleen schriftelijk, via teleconferentie of via videoconferentie te houden.

Vanzelfsprekend zal deze dat maar kunnen als alle personen die gehoord wensen te worden, hiermee akkoord gaan. 

De regeling die omwille van het corona-virus tijdelijk werd ingevoerd, wordt dus permanent verankerd.

Deze wijziging treedt in werking op 15 september 2020. 

Analoge bezwaren
Gemeenten dienen de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek ter beschikking te stellen van een aantal instanties.
Voortaan moeten ze ook via het Omgevingsloket laten weten als er geen analoog ingediende bezwaren zijn. 

Deze wijziging treedt in werking op 23 oktober 2020.

6.    Aanpassingen van de bevoegdheid van de gewestelijk omgevingsambtenaar 


> wijzigingsbesluit van 11 september 2020
> inwerkingtreding: 23 oktober 2020.

→    De GOA zal in het kader van een verzoek tot het wijzigen van de vergunningsaanvraag (al dan niet in beroep), kunnen beslissen over het wijzigingsverzoek zowel in de vereenvoudigde als in de gewone procedure. Hoewel er normaliter (weinig of) geen beoordeling nodig is voor de aanvaarding van een wijzigingsverzoek, is de aanvaarding wel noodzakelijk om een nieuw openbaar onderzoek te kunnen organiseren en om een tweede adviesvraag te stellen.
→    Voortaan zal de GOA ook bij de gewone procedure een beslissing kunnen nemen over de toepassing van de administratieve lus, en vervolgens - in voorkomend geval - een nieuw openbaar onderzoek te organiseren en adviezen (van de adviesinstanties dan wel van de omgevingsvergunningscommissie) alsnog, dan wel een tweede keer in te winnen.
→    Bij de melding van de overdracht van een vergunningsplichtige exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit moet het vergunningsbesluit geactualiseerd te worden. Gezien dit louter betrekking heeft op de naam van de aanvrager-exploitant, kan voortaan ook de GOA deze aanpassing doen.

7.    Omgevingsvergunningscommissies


> wijzigingsbesluit van 11 september 2020
> inwerkingtreding: 23 oktober 2020.

Aanpassing van de vergoeding van de deskundigen POVC en GOVC 
De vergoeding van de deskundigen en hun respectieve plaatsvervangers van de GOVC wordt opgetrokken naar 200 euro per zitting waarop de deskundige aanwezig is. Daarnaast krijgen ze ook de gebruikelijke verplaatsingsvergoeding.

Wat de POVC betreft zijn de provincies zijn zelf het beste geplaatst om de vergoeding vast te stellen. De provincieraad dient de hoogte hiervan te bepalen binnen 3 maanden na publicatie van het voorliggend besluit in het Belgisch Staatsblad. 

Continuïteit in de werking van de gewestelijke milieuvergunningscommissie.
In een aantal gevallen (bv. na vernietiging van een vergunning door de Raad van State) zal de gewestelijke of provinciale milieuvergunningscommissie nog een rol spelen in de afhandeling van de oude ‘milieuvergunningsaanvraag’.
Een deskundige aangewezen in het kader van een omgevingsvergunningscommissie op grond van zijn bekwaamheid inzake milieu wordt geacht deskundige te zijn i.k.v. de milieuvergunningscommissie 


8.    Formeel-technische aanpassingen


> wijzigingsbesluit van 11 september 2020
> inwerkingtreding: 23 oktober 2020.

Deze aanpassingen betreffen onder andere:
→    Daar het OVD reeds bepaalt dat de vereenvoudigde vergunningsprocedure niet van toepassing is voor projecten waarvoor een beslissing van de gemeenteraad vereist is over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, wordt de gelijkaardige bepaling in het OVB opgeheven. 
→    Het comité voor preventie en bescherming op het werk moet voortaan niet langer individueel in kennis gesteld worden van een vergunningsbeslissing.
→    Er wordt voortaan gesproken over de leidend ambtenaar van het departement, niet langer over de leidend ambtenaar van het Departement RWO en de leidend ambtenaar van het Departement LNE. 
→    De adviesverplichting van de afdeling Milieu, over aanvragen van inrichtingen of activiteiten van de tweede klasse die in de indelingslijst met de letter A zijn aangeduid, is achterhaald en wordt opgeheven
→    Verwijzingen naar de artikels rond adviesinstanties worden aangepast aan gewijzigde regelgeving. 
→    De terminologie in het OVB wordt afgestemd op deze gehanteerd in het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
→    Daar het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur tot gevolg had dat er niet langer sprake is van gemeentesecretarissen, wordt deze term in het OVB vervangen door de ‘algemeen directeur of waarnemend algemeen directeur’ die o.a. de bevoegdheden uitoefent die aan de gemeentesecretaris waren toevertrouwd. 
→    Het OVB en de bijlagen spreken overal over mobiliteitsstudie.
→    De beslissing tot een weigering van een vergunning na het doorlopen van de gewone procedure moet bekend gemaakt worden, ongeacht de aanleg waarin de beslissing genomen wordt. 
→    Aangezien gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren niet langer aangewezen kunnen worden, wordt het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2001 tot bepaling van de voorwaarden voor toekenning van subsidies aan gemeenten voor de opleiding van gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren en voor de betaling van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren in kleine gemeenten opgeheven.


Voor een gedetailleerde toelichting wordt verwezen naar de nota aan de Vlaamse Regering bij het op 19 juni 2020 principieel goedgekeurd besluit.

Als u na lezen van bovenstaande tekst, het besluit en de nota aan de Vlaamse Regering nog vragen heeft, kan u deze stellen via omgevingsvergunning@vlaanderen.be.
 

Aanmeldmogelijkheden:

> ga naar het loket

Enkel voor digitale bouwaanvragen, ingediend vóór 2018.